Citaat | Hoge Raad 15 oktober 2004
Alinea 46 Hoge Raad 15 oktober 2004
Een alinea uit Hoge Raad 15 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1668.
3.2.2 Het gaat in artikel 30 lid 4 Dgw, zoals ook in de woorden van dat artikel tot uitdrukking is gebracht, om de aanwijzing van diergeneesmiddelen die bij toepassing door anderen dan dierenartsen gevaar voor de gezondheid van mens of dier kunnen opleveren. De wetgever, die door middel van de meest stringente vorm van kanalisatie (regels met betrekking tot de aflevering van de desbetreffende diergeneesmiddelen) dit gevaar wilde wegnemen, heeft blijkens de in 3.4 van de conclusie van de Advocaat-Generaal geciteerde passage uit de memorie van toelichting bij het ontwerp voor de Dgw, bedoeld dat deze diergeneesmiddelen uitsluitend door een dierenarts zouden mogen worden toegepast. Terecht heeft het hof dan ook de hiervoor in 3.2.1 bedoelde opvatting van NVDC c.s. verworpen. Middel II faalt derhalve.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49cbb2b1b7fbba3992a89784febd0a695ee3d3cc9f2d5049fa7ffaba0614b56e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49cbb2b1b7fbba3992a89784febd0a695ee3d3cc9f2d5049fa7ffaba0614b56e, en de alinea staat in dat document op bytes 13014 tot 13835.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/49cbb2b1b7fbba3992a89784febd0a695ee3d3cc9f2d5049fa7ffaba0614b56e | shasum -a 256