Citaat | Hoge Raad 15 oktober 2004
Alinea 51 Hoge Raad 15 oktober 2004
Een alinea uit Hoge Raad 15 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1668.
3.7 Middel VI valt het oordeel van het hof (in rov. 3.8) aan dat de Staat de dierverloskundigen niet financieel had behoeven te compenseren voor het wegvallen van hun bevoegdheid om groot vee te enten. Het middel herhaalt onder A2 en A3 het beroep van NVDC c.s. op het arrest HR 18 januari 1991, nr. 14096, NJ 1992, 638, en betoogt dat daarin een aan het voorliggende geval vrijwel identieke situatie aan de Hoge Raad werd voorgelegd. Dit betoog faalt. Het ziet eraan voorbij dat de omstandigheid waarop het hof zijn hierbedoelde oordeel doet steunen, te weten dat de dierverloskundigen die zich (na 1 augustus 1992) als dierenartsassistent op het enten van grootvee gingen richten op zijn minst twijfel hadden behoren te hebben of hun de bevoegdheid daartoe wel toekwam en in ieder geval rekening ermee hadden dienen te houden dat voorzover hun die bevoegdheid al toekwam, de wetgever de ook voor hen kenbare discrepantie met de Kanalisatie-regeling in voor hen nadelige zin zou opheffen, een wezenlijk verschil oplevert tussen het voorliggende geval en dat van de zaak die geleid heeft tot het evenvermelde arrest van 1992.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49cbb2b1b7fbba3992a89784febd0a695ee3d3cc9f2d5049fa7ffaba0614b56e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49cbb2b1b7fbba3992a89784febd0a695ee3d3cc9f2d5049fa7ffaba0614b56e, en de alinea staat in dat document op bytes 17924 tot 19062.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/49cbb2b1b7fbba3992a89784febd0a695ee3d3cc9f2d5049fa7ffaba0614b56e | shasum -a 256