Citaat | Hoge Raad 15 oktober 2004

Alinea 52 Hoge Raad 15 oktober 2004

Een alinea uit Hoge Raad 15 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1668.

3.8 De klacht van middel VI onder A3 dat het hof ten onrechte en onvoldoende gemotiveerd (indirect) ervan uitgaat dat het Wijzigingsbesluit voorzienbaar was en valt onder het normale beroepsrisico van dierenartsassistenten faalt eveneens. Het hof heeft niet geoordeeld dat het Wijzigingsbesluit voorzienbaar was, maar slechts dat de dierverloskundigen die zich als dierenartsassistent op het enten van grootvee gingen richten in ieder geval rekening ermee hadden moeten houden dat, voor zover hun die bevoegdheid al toekwam, de wetgever de ook voor hen kenbare discrepantie met de Kanalisatieregeling in voor hen nadelige zin zou opheffen. Dat oordeel is gezien de door het hof in aanmerking genomen bedoeling van de wetgever bij de kanalisatie van UDD-middelen niet onbegrijpelijk. Ook 's hofs oordeel dat het voor rekening komt van NVDC c.s. dat zij zich als dierenartsassistent met name hebben gericht op het enten van grootvee getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en behoefde in het licht van de daarbij door het hof in aanmerking genomen omstandigheden als in de rov. 3.2 - 3.5 van 's hofs arrest vermeld, geen nadere motivering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49cbb2b1b7fbba3992a89784febd0a695ee3d3cc9f2d5049fa7ffaba0614b56e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49cbb2b1b7fbba3992a89784febd0a695ee3d3cc9f2d5049fa7ffaba0614b56e, en de alinea staat in dat document op bytes 19082 tot 20238.