Citaat | Hoge Raad 18 juni 2004

Alinea 21 Hoge Raad 18 juni 2004

Een alinea uit Hoge Raad 18 juni 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1874.

3.4. Aangaande het middel wordt het volgende overwogen. Artikel 29a van de Wet richt zich tegen het vermijden van inkomstenbelasting door het oppotten van beleggingsopbrengsten in buiten Nederland gevestigde - kort gezegd - beleggingsvennootschappen. Gelet op deze strekking dient als de in het voorafgaande kalenderjaar genoten opbrengst van de bezittingen welke als voordeel in het kalenderjaar ter beschikking had kunnen worden gesteld, als bedoeld in artikel 29a, lid 5, slechts in aanmerking te worden genomen de winst welke de vennootschap in het voorafgaande kalenderjaar heeft behaald in de periode waarin zij voldeed aan de voorwaarden voor de toepassing van artikel 29a. Nu in cassatie niet in geschil is dat de vennootschap ten tijde van de vrijval van de pensioenverplichtingen als gevolg van het afzien door erflater en zijn echtgenote van hun pensioenrechten, (nog) niet was aan te merken als een vennootschap die voldeed aan de voorwaarden voor de toepassing van artikel 29a, behoort de uit die vrijval voortvloeiende winst reeds om die reden niet tot de opbrengst van de bezittingen als bedoeld in lid 5 van genoemd artikel. Het middel faalt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/37487d8b97a892d7daa3d66f2c19fe0397d4c5f01a49eeb68592d63830569ed6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 37487d8b97a892d7daa3d66f2c19fe0397d4c5f01a49eeb68592d63830569ed6, en de alinea staat in dat document op bytes 9326 tot 10506.