Citaat | Hoge Raad 18 juni 2004

Alinea 18 Hoge Raad 18 juni 2004

Een alinea uit Hoge Raad 18 juni 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1896.

Het Hof heeft geoordeeld dat fictieve rente in de zin van artikel 24, lid 4, van de Wet niet wordt betaald, nu de crediteur niets geniet. Naar 's Hofs oordeel kan van de fictieve rente - nu die niet bedongen is - onmogelijk worden gezegd dat deze 'volgens het gebruik' als bedoeld in de Protocolbepaling ter beschikking van de schuldeiser wordt gesteld. Het Hof heeft voorts geoordeeld dat, zo al aan artikel 3, § 2, van het Verdrag zou worden toegekomen, de term 'betaald' niet naar Nederlands recht kan worden uitgelegd, nu de Nederlandse belastingwet deze term niet kent in verband met volgens artikel 24, lid 4, van de Wet in aanmerking te nemen inkomsten zoals fictieve rente. Het Hof is vervolgens tot de slotsom gekomen dat artikel 11 van het Verdrag niet van toepassing is op de fictieve rente, hetgeen betekent dat de fictieve rente onder artikel 22 van het Verdrag valt en mitsdien ter heffing is toegewezen aan België. Het middel richt zich tegen deze oordelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/78b2eeb5969fb19e461a03429af8ebadc306c96ebab80f0058577bfb06e9bb20. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 78b2eeb5969fb19e461a03429af8ebadc306c96ebab80f0058577bfb06e9bb20, en de alinea staat in dat document op bytes 8204 tot 9191.