Citaat | Hoge Raad 18 juni 2004
Alinea 19 Hoge Raad 18 juni 2004
Een alinea uit Hoge Raad 18 juni 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1896.
3.4.1. Artikel 11, § 1 en 2, van het Verdrag kent Nederland een beperkt heffingsrecht toe over interest afkomstig uit Nederland en betaald aan een inwoner van België. Artikel 24, lid 4, van de Wet kan ertoe leiden - en het doet dat in het onderhavige geval - dat ten laste van een inwoner van België als inkomsten uit vermogen in Nederland worden belast inkomsten die op het moment van heffen niet daadwerkelijk aan hem als interest zijn betaald. Dit wettigt op zichzelf nog niet reeds de gevolgtrekking dat Nederland voor situaties die door het Verdrag worden bestreken, zijn heffingsrecht uitbreidt buiten de grens die het Verdrag daaraan stelt. Indien bepaalde inkomsten naar hun aard, zoals die bepaald wordt door de bron waaruit zij ontstaan, aan Nederland ter heffing zijn toegewezen, laat artikel 3, § 2, van het Verdrag Nederland de ruimte om, onder de voorbehouden welke in die bepaling worden genoemd, in verhoudingen welke door het Verdrag worden bestreken, die inkomsten te belasten volgens Nederlandse wettelijke bepalingen met betrekking tot de wijze van heffing, de bepaling van het tijdstip waarop die inkomsten in aanmerking worden genomen, de bepaling van hun omvang en de wijze van hun berekening. Binnen dat kader kan er ook ruimte zijn voor het toepassen van nationale bepalingen waarbij de wetgever zich bedient van forfaits of ficties.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/78b2eeb5969fb19e461a03429af8ebadc306c96ebab80f0058577bfb06e9bb20. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 78b2eeb5969fb19e461a03429af8ebadc306c96ebab80f0058577bfb06e9bb20, en de alinea staat in dat document op bytes 9211 tot 10587.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/78b2eeb5969fb19e461a03429af8ebadc306c96ebab80f0058577bfb06e9bb20 | shasum -a 256