Citaat | Hoge Raad 28 september 2004

Alinea 31 Hoge Raad 28 september 2004

Een alinea uit Hoge Raad 28 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP2124.

3.5. Aan het middel ligt, mede blijkens de toelichting, de opvatting ten grondslag dat voor een bewezenverklaring van het in de op art. 420bis, eerste lid onder b, Sr toegesneden tenlastelegging opgenomen onderdeel "afkomstig uit enig misdrijf" is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Die opvatting kan, gelet op doel en strekking van de onderhavige wetsbepaling en mede in het licht van de hiervoor weergegeven wetsgeschiedenis, niet als juist worden aanvaard. Dat betekent ook dat uit de bewijsmiddelen niet behoeft te kunnen worden afgeleid door wie, wanneer en waar dit misdrijf concreet is begaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86935e68edfa3968d707060da3efe3ba5b0a884b41a010dbdf8d361f2d6f58b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86935e68edfa3968d707060da3efe3ba5b0a884b41a010dbdf8d361f2d6f58b8, en de alinea staat in dat document op bytes 11671 tot 12395.