Citaat | Hoge Raad 28 september 2004
Alinea 32 Hoge Raad 28 september 2004
Een alinea uit Hoge Raad 28 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP2124.
3.6.1. Blijkens de bewijsmiddelen heeft het Hof vastgesteld dat de verdachte pakketjes met bankbiljetten, tot in totaal € 24.000,--, onder zijn kleding had verborgen en in zijn kleding bij zich had, dat hij dacht dat het geld niet van eerlijk werken kwam omdat het zo'n groot bedrag was en van drugs of stelen afkomstig was, dat hij dit bedrag in opdracht van zijn opdrachtgever, van wie hij de eveneens bij hem aangetroffen drugs had gekregen, naar Bonaire moest brengen, waarbij de opdrachtgever zijn reis had geregeld en het ticket voor hem had gekocht en hem had opgedragen het geld te verbergen op zijn lichaam en het geld en de drugs op Bonaire af te geven aan een persoon die hem aan zijn kleding zou herkennen en in het geval hij zou worden gepakt niet te zeggen van wie het geld was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86935e68edfa3968d707060da3efe3ba5b0a884b41a010dbdf8d361f2d6f58b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86935e68edfa3968d707060da3efe3ba5b0a884b41a010dbdf8d361f2d6f58b8, en de alinea staat in dat document op bytes 12415 tot 13222.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/86935e68edfa3968d707060da3efe3ba5b0a884b41a010dbdf8d361f2d6f58b8 | shasum -a 256