Citaat | Hoge Raad 28 september 2004
Alinea 33 Hoge Raad 28 september 2004
Een alinea uit Hoge Raad 28 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP2124.
3.6.2. Het Hof heeft kennelijk hieruit afgeleid dat het niet anders kan zijn dan dat het desbetreffende geldbedrag in de gegeven omstandigheden - middellijk of onmiddellijk - uit enig misdrijf afkomstig was als bedoeld in art. 420bis, eerste lid onder b, Sr. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting, het is toereikend gemotiveerd en niet onbegrijpelijk. Het middel faalt derhalve.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86935e68edfa3968d707060da3efe3ba5b0a884b41a010dbdf8d361f2d6f58b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86935e68edfa3968d707060da3efe3ba5b0a884b41a010dbdf8d361f2d6f58b8, en de alinea staat in dat document op bytes 13242 tot 13657.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/86935e68edfa3968d707060da3efe3ba5b0a884b41a010dbdf8d361f2d6f58b8 | shasum -a 256