Citaat | Hoge Raad 14 september 2004
Alinea 26 Hoge Raad 14 september 2004
Een alinea uit Hoge Raad 14 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP2145.
3.3. Daarmee heeft het Hof vastgesteld dat de verdachte, op het moment dat het slachtoffer met haar dochtertje - ieder op een fiets - over de stoep zijn huis passeerde, zwaaiend met gebalde vuisten op haar is afgerend schreeuwende dat zij moest opdonderen, welke woorden hij kracht bijzette door, op een moment dat hij haar dicht genaderd was, slaande bewegingen te maken naar haar hoofd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ca5fcc51758c97c59be71fce72b2778f6ce798c22a3ad566ed07782ebe3c151. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ca5fcc51758c97c59be71fce72b2778f6ce798c22a3ad566ed07782ebe3c151, en de alinea staat in dat document op bytes 9359 tot 9761.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ca5fcc51758c97c59be71fce72b2778f6ce798c22a3ad566ed07782ebe3c151 | shasum -a 256