Citaat | Hoge Raad 29 oktober 2004

Alinea 45 Hoge Raad 29 oktober 2004

Een alinea uit Hoge Raad 29 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP2647.

3.5 Deze onderdelen zijn ongegrond. Weliswaar gaan zij terecht ervan uit dat een hoofdzaak en een vrijwaringszaak zelfstandige procedures vormen, dat de hoofdzaak tussen andere procespartijen speelt dan de vrijwaringszaak en dat hetgeen in de hoofdzaak vaststaat derhalve niet zonder meer in de vrijwaringszaak als vaststaand kan worden aangenomen, maar het hof heeft dat niet miskend. Het heeft immers niet als vaststaand aangenomen dat [betrokkene 1] het pand tijdig eigener beweging zou hebben laten hertaxeren en de verzekerde som zou hebben aangepast indien de onjuiste mededeling in de Akkoordverklaring niet zou zijn gedaan, maar is daarvan, mede blijkens de voorwaardelijke veroordeling van [verweerster] in 's hofs dictum, slechts veronderstellenderwijze uitgegaan. Klaarblijkelijk heeft het hof de beantwoording van de vraag wat [betrokkene 1] zou hebben gedaan indien de onjuiste mededeling in de Akkoordverklaring niet zou zijn gedaan, overgelaten aan de rechter in de hoofdzaak. Dat mocht het hof doen nu de grieven van [verweerster], zoals het hof die heeft verstaan, betoogden dat ook in de vrijwaringszaak zou moeten worden uitgegaan van het causale verband tussen de onjuiste mededeling in de Akkoordverklaring en de door de onderverzekering voor [betrokkene 1] ontstane schade. Daarbij heeft het hof de opmerkingen dienaangaande in de memorie van antwoord van Nationale-Nederlanden kennelijk opgevat als kritiek op de beslissing in de hoofdzaak en niet als een betoog of een incidentele grief daartoe strekkende dat het hof in de vrijwaringszaak zou oordelen dat het bedoelde causale verband ontbreekt en dat [betrokkene 1] het pand niet zou hebben laten hertaxeren en de verzekerde som niet zou hebben aangepast indien de onjuiste mededeling in de Akkoordverklaring achterwege zou zijn gebleven. Het ligt trouwens ook voor de hand dat Nationale-Nederlanden in de vrijwaringszaak niet aldus heeft willen betogen, nu aanvaarding van zo'n betoog slechts daartoe zou kunnen leiden dat, ongeacht de uitkomst van de hoofdzaak, tussen Nationale-Nederlanden en [verweerster] komt vast te staan dat de schade waarvan [betrokkene 1] in de hoofdzaak vergoeding verlangt, niet als gevolg van de onjuiste mededeling in de Akkoordverklaring aan Nationale-Nederlanden kan worden toegerekend, zodat Nationale-Nederlanden die niet behoeft te vergoeden en [verweerster] dus ook niet tot enige vrijwaring gehouden is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e191f15bf2cd2f4c9ced00534dcae75d819f2f92fb4982878eef74d333c60966. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e191f15bf2cd2f4c9ced00534dcae75d819f2f92fb4982878eef74d333c60966, en de alinea staat in dat document op bytes 16808 tot 19238.