Citaat | Hoge Raad 29 oktober 2004

Alinea 46 Hoge Raad 29 oktober 2004

Een alinea uit Hoge Raad 29 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP2647.

3.6 Onderdeel C wijst er op dat het tegen het vonnis van de rechtbank in de hoofdzaak ingestelde hoger beroep ten tijde van het wijzen van 's hofs arrest in de vrijwaringszaak nog aanhangig was en dat het door het hof uit de beslissing van de rechtbank in de hoofdzaak afgeleide impliciete oordeel dat [betrokkene 1] zonder de onjuiste mededeling in de Akkoordverklaring de verzekerde som tijdig voor de brand zou hebben aangepast, dus geen gezag van gewijsde heeft tussen Nationale-Nederlanden en [betrokkene 1], laat staan dat daarvan zou moeten worden uitgegaan in het hoger beroep in de vrijwaringszaak tussen Nationale-Nederlanden en [verweerster]. Dit onderdeel deelt reeds daarom het lot van de onderdelen A en B, omdat het evenals die onderdelen miskent dat het hof, in het voetspoor van partijen in de vrijwaringszaak, slechts veronderstellenderwijze is uitgegaan van bedoeld oordeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e191f15bf2cd2f4c9ced00534dcae75d819f2f92fb4982878eef74d333c60966. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e191f15bf2cd2f4c9ced00534dcae75d819f2f92fb4982878eef74d333c60966, en de alinea staat in dat document op bytes 19258 tot 20164.