Citaat | Hoge Raad 14 september 2004
Alinea 24 Hoge Raad 14 september 2004
Een alinea uit Hoge Raad 14 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP4122.
3.6. De verdachte heeft de tenlastegelegde feiten in wezen ontkend. Het verzoek van de raadsman strekte ertoe om een aantal personen die ten tijde van het tenlastegelegde feit ter plaatse waren en die door de politie en klaarblijkelijk niet door de Rechter-Commissaris zijn gehoord, ter terechtzitting te doen horen omtrent de feitelijke gang van zaken en verdachtes rol daarbij. 's Hofs motivering van de afwijzing van het verzoek komt daarop neer dat het op grond van hetgeen het op basis van het op dat moment voorhanden bewijsmateriaal acht vast te staan omtrent de feiten (alsmede de juridische kwalificatie daarvan), het horen van die getuigen irrelevant acht en dat redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de verdachte door het niet horen van hen niet in zijn verdediging wordt geschaad. Aldus heeft het Hof de afwijzing van het verzoek niet naar behoren gemotiveerd. Voorzover in 's Hofs overwegingen al niet besloten ligt dat het op ontoelaatbare wijze is vooruitgelopen op wat die getuigen zouden verklaren, is in het licht van hetgeen aan het verzoek ten grondslag is gelegd niet zonder meer begrijpelijk waarom redelijkerwijs valt aan te nemen dat door het niet horen van bedoelde getuigen de verdachte niet in zijn verdediging wordt geschaad.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/67a9d0dba0e058be7460eb9898b1a4209aece942866d9fe2f93107fd61944c96. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 67a9d0dba0e058be7460eb9898b1a4209aece942866d9fe2f93107fd61944c96, en de alinea staat in dat document op bytes 9474 tot 10744.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/67a9d0dba0e058be7460eb9898b1a4209aece942866d9fe2f93107fd61944c96 | shasum -a 256