Citaat | Hoge Raad 28 september 2004

Alinea 11 Hoge Raad 28 september 2004

Een alinea uit Hoge Raad 28 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP4221.

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te Rotterdam van 14 juni 2002 en voorzover aan het oordeel van het hof onderworpen - de verdachte vrijgesproken van het hem onder 1, 2, 7 en 8. primair, 10 en onder dagvaarding II onder 2 tenlastegelegde en hem voorts ter zake van 3. "het als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven", 4. "om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, een ander trachten te bewegen om dat feit mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen; en zich en een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen; en voorwerpen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit" 5. en 14. "medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, eerste lid, onder B van de Opiumwet gegeven verbod (de Hoge Raad leest: meermalen gepleegd)", 6. "medeplegen van poging tot opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, eerste lid, onder A van de Opiumwet gegeven verbod", 8. subsidiair 16. en 17. "medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, eerste lid, onder A van de Opiumwet gegeven verbod (de Hoge Raad leest: meermalen gepleegd)", 9. "medeplegen van het opzettelijk voorhanden hebben van een vals geschrift dat bestemd is om te dienen tot bewijs van enig feit, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift bestemd is om het als echt en onvervalst te gebruiken", 11. "medeplegen van valsheid in geschrift", 12. "om een feit, bedoeld in het derde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen; en zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen", 13. "medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid, onder A van de Opiumwet gegeven verbod" en dagvaarding II onder 1. "bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd" veroordeeld tot tien jaren gevangenisstraf.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/80af2fdf42d8310f6a7f7955cb5cfd6a2731560938c7a8cb23d3635e786a52a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 80af2fdf42d8310f6a7f7955cb5cfd6a2731560938c7a8cb23d3635e786a52a8, en de alinea staat in dat document op bytes 7181 tot 9651.