Citaat | Hoge Raad 28 september 2004
Alinea 23 Hoge Raad 28 september 2004
Een alinea uit Hoge Raad 28 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP4221.
3.4. Bij de beoordeling van het verzoek heeft het Hof de juiste maatstaf toegepast, zodat de rechtsklacht van het middel faalt. 's Hofs oordeel is evenmin onbegrijpelijk in aanmerking genomen dat niet is aangevoerd dat die getuigen, die in Sydney met [getuige 1] contacten zouden hebben gehad in verband met het desbetreffende aan de verdachte tenlastegelegde feit, uit eigen wetenschap iets zouden kunnen verklaren omtrent de rol die de verdachte daarbij zou hebben gespeeld, terwijl voorts de verdediging - nadat zij bij de Rechter-Commissaris zowel als ter terechtzitting in eerste aanleg reeds in staat was geweest de getuige [getuige 1] te ondervragen en te doen ondervragen en de betrouwbaarheid van diens verklaringen te bestrijden - die gelegenheid ook heeft gehad ter terechtzitting in hoger beroep, alwaar het Hof zich voorts uit eigen waarneming en tegen de achtergrond van het overige in de stukken van het geding vervatte materiaal een oordeel heeft kunnen vormen omtrent de betrouwbaarheid van diens verklaringen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/80af2fdf42d8310f6a7f7955cb5cfd6a2731560938c7a8cb23d3635e786a52a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 80af2fdf42d8310f6a7f7955cb5cfd6a2731560938c7a8cb23d3635e786a52a8, en de alinea staat in dat document op bytes 11912 tot 12952.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/80af2fdf42d8310f6a7f7955cb5cfd6a2731560938c7a8cb23d3635e786a52a8 | shasum -a 256