Citaat | Hoge Raad 28 september 2004
Alinea 51 Hoge Raad 28 september 2004
Een alinea uit Hoge Raad 28 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP4221.
6.3. Het gaat hier om verklaringen die [getuige 1] als getuige ter terechtzitting heeft afgelegd, welke verklaringen voor het bewijs van de in het middel bedoelde feiten zijn gebezigd. De bewezenverklaring van deze feiten steunt dus niet op enige verklaring welke die getuige in het kader van een "plea-bargaining" in zijn buitenlandse strafzaak heeft afgelegd, zoals het geval was in de zaak die is berecht in HR 23 mei 1995, NJ 1995, 683. Hier heeft het Hof de getuige zelf gehoord, nadat deze in Australië onherroepelijk was veroordeeld. De enkele omstandigheid dat bij de berechting van [getuige 1] in Australië sprake was van plea-bargaining met de Australische justitie brengt niet mee dat het Hof zijn beslissing bovenbedoelde ter terechtzitting afgelegde - klaarblijkelijk betrouwbaar geachte - getuigenverklaring tot het bewijs te bezigen, nader had dienen te motiveren. Evenmin is toepasselijk de bijzondere motiveringsplicht die in HR 30 juni 1998, NJ 1998, 799 in het leven is geroepen voor gevallen waarin door de Nederlandse autoriteiten aan de betrokkene bepaalde toezeggingen zijn gedaan vooraleer hij zijn verklaringen heeft afgelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/80af2fdf42d8310f6a7f7955cb5cfd6a2731560938c7a8cb23d3635e786a52a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 80af2fdf42d8310f6a7f7955cb5cfd6a2731560938c7a8cb23d3635e786a52a8, en de alinea staat in dat document op bytes 18804 tot 19970.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/80af2fdf42d8310f6a7f7955cb5cfd6a2731560938c7a8cb23d3635e786a52a8 | shasum -a 256