Citaat | Hoge Raad 28 september 2004
Alinea 78 Hoge Raad 28 september 2004
Een alinea uit Hoge Raad 28 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP4221.
[Verdachte] zei dat deze man Duits sprak en dat hij een Spanjaard was. Deze Spanjaard vroeg vervolgens aan [verdachte] wat ik wilde. Ik wachtte af en ik hoorde [verdachte] zeggen geen hasjiesj en vervolgens maakte hij met zijn vingers het bekende gebaar van cocaïne onder zijn neus en snoof daarbij.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/80af2fdf42d8310f6a7f7955cb5cfd6a2731560938c7a8cb23d3635e786a52a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 80af2fdf42d8310f6a7f7955cb5cfd6a2731560938c7a8cb23d3635e786a52a8, en de alinea staat in dat document op bytes 26425 tot 26739.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/80af2fdf42d8310f6a7f7955cb5cfd6a2731560938c7a8cb23d3635e786a52a8 | shasum -a 256