Citaat | Hoge Raad 28 september 2004

Alinea 93 Hoge Raad 28 september 2004

Een alinea uit Hoge Raad 28 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP4221.

Ik zag, toen ik de kantine binnenkwam, dat [verdachte] daar aan een van de tafeltjes zat met een voor mij op dat moment onbekende man, waarvan later bleek dat het een Duitser was. De Duitser sprak mij aan en zei in het Duits dat hij "[verdachte]" wilde hebben. Ik zei tegen de Duitser zoiets van: "[verdachte] is hier, hij zit naast mij." De Duitser en [verdachte] begonnen toen te lachen en ik had toen niet door waar zij om lachten. Dit werd mij hierna wel duidelijk. Vervolgens maakte de Duitser namelijk naar mij een gebaar door met een (1) van zijn vingers onder zijn neus te wrijven en hierbij te snuiven. Ik begreep toen dat het om cocaïne moest gaan."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/80af2fdf42d8310f6a7f7955cb5cfd6a2731560938c7a8cb23d3635e786a52a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 80af2fdf42d8310f6a7f7955cb5cfd6a2731560938c7a8cb23d3635e786a52a8, en de alinea staat in dat document op bytes 29553 tot 30226.