Citaat | Hoge Raad 28 september 2004
Alinea 99 Hoge Raad 28 september 2004
Een alinea uit Hoge Raad 28 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP4221.
[Verdachte] maakte in gebaar en handelingen duidelijk dat [betrokkene 8] en ik met elkaar moesten spreken en maakte door met een vinger onder zijn neus te wrijven middels het internationaal bekende gebaar duidelijk aan [betrokkene 8] dat het om cocaïne ging. [Betrokkene 8] vroeg aan mij in de Duitse taal direct "hoeveel". Ik zei hem "Ik heb 200.000". [Betrokkene 8] zei toen "Dat is gunstig, dat is geen probleem. Er is echter een zeer schaarse markt en het is duur. Er is zeer slecht aan te komen. Er is hooguit een of twee kilo waar hij aan kan komen". Ik zei dat wij daarover moesten spreken. Vervolgens spraken wij over de wijze waarop wij contact met elkaar konden houden. [Betrokkene 8] vroeg aan mij een telefoonnummer waarop hij mij kon bereiken. Hij zou bellen indien hij over de cocaïne zou beschikken."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/80af2fdf42d8310f6a7f7955cb5cfd6a2731560938c7a8cb23d3635e786a52a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 80af2fdf42d8310f6a7f7955cb5cfd6a2731560938c7a8cb23d3635e786a52a8, en de alinea staat in dat document op bytes 31361 tot 32191.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/80af2fdf42d8310f6a7f7955cb5cfd6a2731560938c7a8cb23d3635e786a52a8 | shasum -a 256