Citaat | Hoge Raad 25 juni 2004
Alinea 54 Hoge Raad 25 juni 2004
Een alinea uit Hoge Raad 25 juni 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP4365.
3.4 In hoger beroep heeft [verweerster], met een beroep op de toelichting bij art. 43 CAO, onder meer betoogd dat ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter begrepen kan zijn onder het begrip 'eervol ontslag' in art. 43 CAO en dat uit de stellingen van De Zonnehof in het ontbindingsrekest volgt dat zij ontbinding wenste omdat zij [verweerster] ongeschikt achtte voor haar functie. De rechtbank heeft [verweerster] in het gelijk gesteld. Zij heeft daartoe overwogen (rov. 8.4) dat art. 43 CAO, mede in het licht van de toelichting daarop, aldus moet worden uitgelegd dat de daarin neergelegde wachtgeldregeling geldt voor alle in die bepaling genoemde gevallen van beëindiging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever, tenzij de werknemer schuld treft, ook dus bij beëindiging in de vorm van ontbinding op initiatief van de werkgever waarbij de schuld van de werknemer niet wordt vastgesteld. De mogelijkheid om bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst een schadeloosstelling toe te kennen levert, aldus de rechtbank, geen aanknopingspunt op voor de door De Zonnehof voorgestane - beperkte - uitleg van de CAO-bepaling, terwijl bij de bepaling van de hoogte van de ontbindingsvergoeding zal kunnen worden betrokken of, en zo ja in hoeverre, recht op wachtgeld bestaat. De rechtbank overwoog voorts (rov. 8.5) dat De Zonnehof aan haar verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst (onder meer) ten grondslag had gelegd dat [verweerster] (in ernstige mate) de bekwaamheid of geschiktheid miste tot de arbeid waarvoor zij zich had verbonden en dat de kantonrechter bij de ontbinding niet is uitgegaan van een situatie waarbij slechts [verweerster] schuld trof en dat daarom, gelet op het eerder overwogene, niet kan worden aanvaard dat de aanspraak van [verweerster] op wachtgeld vervalt. Ten slotte verwierp de rechtbank (rov. 8.6) de stelling van De Zonnehof dat de wachtgeldaanspraken reeds zijn verdisconteerd in de ontbindingsvergoeding, nu er ten processe van moet worden uitgegaan dat mogelijke aanspraken op wachtgeld in de ontbindingsprocedure niet aan de orde zijn geweest en ook niet aannemelijk is dat de kantonrechter met die aanspraken rekening heeft gehouden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc70e967bd132849e83693b6f6b162c49815294a92b1baf9b776f1f319466439. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc70e967bd132849e83693b6f6b162c49815294a92b1baf9b776f1f319466439, en de alinea staat in dat document op bytes 13045 tot 15258.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cc70e967bd132849e83693b6f6b162c49815294a92b1baf9b776f1f319466439 | shasum -a 256