Citaat | Hoge Raad 25 juni 2004
Alinea 60 Hoge Raad 25 juni 2004
Een alinea uit Hoge Raad 25 juni 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP4365.
3.6.2 Onderdeel 2.3 klaagt dat de rechtbank geen aandacht heeft besteed aan de in art. 43 CAO neergelegde eis dat voor toekenning van wachtgeld het ontslag 'eervol' moet zijn geweest, althans dat hetgeen de rechtbank mede in 8.5 heeft overwogen daartoe niet toereikend is. Deze klachten missen feitelijke grondslag. De rechtbank heeft in rov. 8.4, mede aan de hand van de toelichting op art. 43 CAO, die bepaling aldus uitgelegd dat de wachtgeldregeling geldt voor alle in die bepaling genoemde gevallen van beëindiging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever, behoudens indien de werk-nemer schuld treft. Aldus heeft de rechtbank aan het begrip 'eervol' - dat in het ontslagrecht van het Burgerlijk Wetboek niet voorkomt - in de onderhavige CAO inhoud gegeven. In rov. 8.5 heeft de rechtbank vervolgens onderzocht of [verweerster] schuld treft voor de situatie die tot de ontbinding van de arbeidsovereenkomst heeft geleid en die vraag ontkennend beantwoord. Tot een nader onderzoek naar de vraag of het ontslag 'eervol' was geweest, was de rechtbank aldus niet gehouden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc70e967bd132849e83693b6f6b162c49815294a92b1baf9b776f1f319466439. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc70e967bd132849e83693b6f6b162c49815294a92b1baf9b776f1f319466439, en de alinea staat in dat document op bytes 20132 tot 21223.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cc70e967bd132849e83693b6f6b162c49815294a92b1baf9b776f1f319466439 | shasum -a 256