Citaat | Hoge Raad 25 juni 2004

Alinea 74 Hoge Raad 25 juni 2004

Een alinea uit Hoge Raad 25 juni 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP4373.

3.5.6 De rechtbank heeft voor haar oordeel niet van belang geacht of [betrokkene 1] ook tussentijds toestemming zou hebben gegeven voor de investeringen/uitbreidingen, nu gesteld noch gebleken is dat daarbij over een eventuele vergoeding bij het einde van de huurovereenkomst is gesproken. Onderdeel 1.5 klaagt dat de rechtbank door aldus te overwegen heeft miskend dat het zwijgen over een vergoeding van belang kan zijn bij de beoordeling van het verweer dat de verrijking is opgedrongen, en dat ook bij een zwijgen over een vergoeding een aanspraak uit ongerechtvaardigde verrijking in de rede ligt, nu het hier gaat om veranderingen die niet zonder schade aan de gehuurde zaak kunnen worden weggenomen. Het onderdeel faalt op grond van hetgeen hiervoor in 3.5.2 omtrent de onderdelen 1.2.1 en 1.2.2 is overwogen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/59e55944185193c2710596fd90a946f26cdfb99f3f11e4e47c62438ae4ad703f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 59e55944185193c2710596fd90a946f26cdfb99f3f11e4e47c62438ae4ad703f, en de alinea staat in dat document op bytes 25385 tot 26215.