Citaat | Hoge Raad 25 juni 2004

Alinea 17 Hoge Raad 25 juni 2004

Een alinea uit Hoge Raad 25 juni 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP4382.

4.2. De middelen falen voorzover zij uitgaan van een andere rechtsregel dan die vermeld in 4.1. De middelen falen ook voor het overige. Het Hof heeft geoordeeld dat de waarde van de vordering uit hoofde van de balansgarantie ten tijde van de verwerving van de deelneming gesteld moet worden op f 393.786, het uiteindelijk door koper ontvangen bedrag. Dit oordeel berust op de aan het Hof voorbehouden waardering van bewijsmiddelen en is voorts niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Het Hof is er kennelijk van uitgegaan dat belanghebbende onvoldoende feiten en omstandigheden heeft aangevoerd die zich eerst na de verwerving van de deelneming hebben voorgedaan en die aannemelijk maken dat de vordering nadien in waarde is gedaald.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2cf2406679a7174944b55fd72cd55588d0958c828026d416aafe724fe79a2e60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2cf2406679a7174944b55fd72cd55588d0958c828026d416aafe724fe79a2e60, en de alinea staat in dat document op bytes 7330 tot 8084.