Citaat | Hoge Raad 28 september 2004

Alinea 33 Hoge Raad 28 september 2004

Een alinea uit Hoge Raad 28 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP4455.

Verdachte heeft zich verweerd door te stellen dat hij bij het schietincident van 20 juli 2002, niet het opzet had om [slachtoffer 1] van het leven te beroven maar dat het enkel zijn bedoeling was om [slachtoffer 1] bang te maken. Dit verweer vindt haar weerlegging in de omstandigheden waaronder het feit heeft plaatsgevonden. Verdachte heeft zelf verklaard dat hij heeft geschoten op de grond in de richting van de wegrennende [slachtoffer 1]. Verdachte die geen geoefend schutter is, heeft aldus het aanmerkelijk risico genomen dat het afgevuurde schot die [slachtoffer 1] zou raken, zoals ook is gebeurd. Bij verdachte wordt daarom opzet in de zin van voorwaardelijk opzet aanwezig geacht."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4fb64eb398d866a9272a55fd7df71021f03c0a52e08152eca16f5248f455896. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4fb64eb398d866a9272a55fd7df71021f03c0a52e08152eca16f5248f455896, en de alinea staat in dat document op bytes 12608 tot 13314.