Citaat | Hoge Raad 28 september 2004
Alinea 34 Hoge Raad 28 september 2004
Een alinea uit Hoge Raad 28 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP4455.
4.5. Het verweer dat het opzet van de verdachte niet was gericht op de dood van het slachtoffer vindt zijn weerlegging niet in de motivering van de bewezenverklaring. 's Hofs vaststelling dat de verdachte op de grond in de richting van het wegrennende slachtoffer heeft geschoten (waarbij deze ter hoogte van het onderbeen is geraakt) kan bij gebreke van nadere vaststellingen omtrent de precieze toedracht niet 's Hofs oordeel dragen dat de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat het slachtoffer dodelijk zou worden getroffen. De door het Hof bij dat oordeel in aanmerking genomen omstandigheid dat de verdachte een ongeoefend schutter is, maakt dat niet anders, nog daargelaten dat die omstandigheid geen steun vindt in de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen, terwijl het Hof evenmin heeft aangegeven aan welk wettig bewijsmiddel het die omstandigheid heeft ontleend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4fb64eb398d866a9272a55fd7df71021f03c0a52e08152eca16f5248f455896. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4fb64eb398d866a9272a55fd7df71021f03c0a52e08152eca16f5248f455896, en de alinea staat in dat document op bytes 13352 tot 14280.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b4fb64eb398d866a9272a55fd7df71021f03c0a52e08152eca16f5248f455896 | shasum -a 256