Citaat | Hoge Raad 22 oktober 2004
Alinea 55 Hoge Raad 22 oktober 2004
Een alinea uit Hoge Raad 22 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP4485.
Aangetekend zij nog dat voor zover FWZ c.s. bij hun bestrijding in de onderdelen 4b en 5b van de in rov. 6.10, eerste en tweede alinea, gegeven oordelen betogen dat het hier om een voor de werknemers zeer bezwarende maatregel gaat en dat derhalve ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 17 september 1993, nr. 15064, NJ 1994, 173, aan de bewoordingen van de RTI bijzonder hoge eisen van duidelijkheid moeten worden gesteld, dit betoog reeds daarom geen doel treft, omdat de rechtbank door de onderhavige RTI-regeling niet aan te merken als een "voor de werknemer zeer bezwarende maatregel" als bedoeld in dat arrest - het ging daar om een door de werkgever ingeroepen bevoegdheid tot het nemen van de voor de werknemer zeer bezwarende maatregel van plaatsing in een functie met lager loon dan deze voordien had, zulks bij wijze van disciplinaire sanctie - , niet blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, terwijl zulks ook niet onbegrijpelijk is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7836adb20614491681204da9f0e3fd4d82ba1e34e82206a2f4588c47e2dfd10a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7836adb20614491681204da9f0e3fd4d82ba1e34e82206a2f4588c47e2dfd10a, en de alinea staat in dat document op bytes 13816 tot 14789.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7836adb20614491681204da9f0e3fd4d82ba1e34e82206a2f4588c47e2dfd10a | shasum -a 256