Citaat | Hoge Raad 22 oktober 2004

Alinea 57 Hoge Raad 22 oktober 2004

Een alinea uit Hoge Raad 22 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP4485.

3.7.2 Met zijn oordeel in rov. 6.13 dat uit de bewoordingen van het Protocol van 26 februari 1997 niet valt op te maken dat naast de in de regeling opgenomen voorwaarden, nog een andere voorwaarde voor toepassing van de inhouding gold, te weten dat Smit c.s. per 1 april 1996 nog gerechtigd waren tot inhouding over te gaan, heeft de rechtbank tot uitdrukking gebracht dat het Protocol aldus gelezen moet worden dat voor het antwoord op de vraag of de tijdelijke inhouding op basis van het Protocol mogelijk was, slechts de (relevante) winst in de periode van 1 april 1996 tot 1 januari 2000 in aanmerking mocht worden genomen (en dus niet of Smit c.s. op grond van de RTI op 1 april 1996 nog gerechtigd waren om tot inhouding over te gaan). Aldus heeft de rechtbank derhalve, anders dan onderdeel 7 betoogt, niet voorbij gezien aan de in 3.7.1 vermelde stelling van FWZ c.s., maar heeft zij deze behandeld en verworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7836adb20614491681204da9f0e3fd4d82ba1e34e82206a2f4588c47e2dfd10a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7836adb20614491681204da9f0e3fd4d82ba1e34e82206a2f4588c47e2dfd10a, en de alinea staat in dat document op bytes 16246 tot 17179.