Citaat | Hoge Raad 29 oktober 2004

Alinea 56 Hoge Raad 29 oktober 2004

Een alinea uit Hoge Raad 29 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP4504.

(iii) Over de afwikkeling van deze overeenkomst is tussen partijen een geschil ontstaan. In verband daarmee heeft [verweerster 1] een bodemprocedure aanhangig gemaakt. [Eiser] heeft in dat geding een vordering in reconventie ingesteld. Ter verzekering van deze reconventionele vordering heeft [eiser] een zestal conservatoire derdenbeslagen gelegd, onder meer onder de bank. [Verweerster 1] heeft bij de bank zowel een rekening-courant als een kredietfaciliteit. Ten tijde van de beslaglegging was haar saldo in rekening-courant negatief, maar was de kredietfaciliteit nog niet ten volle benut. De bank heeft vervolgens het krediet opgeschort zodat [verweerster 1] daarover niet langer kon beschikken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc710602c3694255f9f9438085e4e59d03aca62ccdcb2a21dea3dd185dd048f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc710602c3694255f9f9438085e4e59d03aca62ccdcb2a21dea3dd185dd048f1, en de alinea staat in dat document op bytes 11833 tot 12547.