Citaat | Hoge Raad 29 oktober 2004

Alinea 58 Hoge Raad 29 oktober 2004

Een alinea uit Hoge Raad 29 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP4504.

De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de ondeugdelijkheid van het door [eiser] ingeroepen recht niet summierlijk is gebleken, zodat de derden-beslagen waardoor een saldo was getroffen, niet zijn opgeheven. Wat betreft het onder de bank gelegde derdenbeslag oordeelde hij echter dat dit geen doel heeft getroffen omdat [verweerster 1] ten tijde van de beslaglegging geen geldvordering op de bank had maar slechts een schuld aan haar en de kredietfaciliteit niet een vermogensrecht is dat vatbaar is voor beslaglegging. Op deze gronden heeft de voorzieningenrechter het onder de bank gelegde derdenbeslag opgeheven en de bank bevolen het overeengekomen krediet onverminderd aan [verweerster 1] ter beschikking te stellen. Wat betreft de overige conservatoire derdenbeslagen werd de gevraagde voorziening geweigerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc710602c3694255f9f9438085e4e59d03aca62ccdcb2a21dea3dd185dd048f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc710602c3694255f9f9438085e4e59d03aca62ccdcb2a21dea3dd185dd048f1, en de alinea staat in dat document op bytes 12888 tot 13720.