Citaat | Hoge Raad 29 oktober 2004
Alinea 76 Hoge Raad 29 oktober 2004
Een alinea uit Hoge Raad 29 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP4504.
3.10 Uit het vorenstaande volgt dat de door het middel verdedigde tussenopvatting niet kan worden aanvaard en dat het nog onbenutte gedeelte van de kredietfaciliteit bij een bank naar zijn aard niet vatbaar is voor beslag. Daarom heeft [eiser] geen belang bij een bespreking van de specifieke klachten die door het middel worden aangevoerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc710602c3694255f9f9438085e4e59d03aca62ccdcb2a21dea3dd185dd048f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc710602c3694255f9f9438085e4e59d03aca62ccdcb2a21dea3dd185dd048f1, en de alinea staat in dat document op bytes 27694 tot 28047.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc710602c3694255f9f9438085e4e59d03aca62ccdcb2a21dea3dd185dd048f1 | shasum -a 256