Citaat | Hoge Raad 19 november 2004

Alinea 49 Hoge Raad 19 november 2004

Een alinea uit Hoge Raad 19 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP4743.

4.4 Bij afweging van deze, onderling tegenstrijdige, argumenten die kunnen worden ontleend aan enerzijds de tekst van en anderzijds de toelichting op art. 3:301 BW, geven eerstgenoemde argumenten de doorslag. Nu in art. 3:301 BW de zware sanctie van niet-ontvankelijkheid wordt gesteld op een verzuim van inschrijving, bestaat onvoldoende aanleiding om die bepaling, waarvan de Hoge Raad in zijn hiervoor in 4.1 aangehaalde arrest al heeft overwogen dat zij een beperkte strekking heeft, uit te breiden tot een geval dat door de - recentelijk totstandgekomen - wettekst niet wordt bestreken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/80e701e76449e8c14cb19aaf9a40de5928b89a97af7b67f3be927a88083f7dcd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 80e701e76449e8c14cb19aaf9a40de5928b89a97af7b67f3be927a88083f7dcd, en de alinea staat in dat document op bytes 15737 tot 16341.