Citaat | Hoge Raad 24 september 2004
Alinea 42 Hoge Raad 24 september 2004
Een alinea uit Hoge Raad 24 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP6874.
Bij de beoordeling van deze klacht moet worden vooropgesteld dat de vaststelling van hetgeen een partij heeft gesteld evenals de vaststelling of het gestelde door de wederpartij al dan niet is betwist, berust op een aan de rechter die over de feiten oordeelt voorbehouden uitleg van de stukken van het geding, die in cassatie slechts in beperkte mate voor toetsing vatbaar is. In dit geval heeft de rechtbank in de stukken van Dryade geen (impliciet) beroep op het gezag van gewijsde gelezen. Zulks is niet onbegrijpelijk. Daarbij dient te worden aangetekend dat het gezag van gewijsde niet ambtshalve mag worden toegepast: de rechter mag het gezag van gewijsde alleen toepassen als een partij zich daarop heeft beroepen. Onderdeel 2 faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d1b4b2ccec0109e47120ba778f95c98b317b1e03ad877b2bdb396f33b35f57bb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d1b4b2ccec0109e47120ba778f95c98b317b1e03ad877b2bdb396f33b35f57bb, en de alinea staat in dat document op bytes 16232 tot 16985.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d1b4b2ccec0109e47120ba778f95c98b317b1e03ad877b2bdb396f33b35f57bb | shasum -a 256