Citaat | Hoge Raad 24 september 2004
Alinea 46 Hoge Raad 24 september 2004
Een alinea uit Hoge Raad 24 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP6874.
3.4.4 De motiveringsklacht van onderdeel 3.2.4 slaagt. De regel van art. 242 Rv. leidt ertoe - zoals ook blijkt uit het in 3.4.2 overwogene - dat aan de motivering van beslissingen ten aanzien van matiging van de daar bedoelde kosten geen strenge eisen kunnen worden gesteld en dat de taak van de cassatierechter bij het toetsen van die motivering dientengevolge een beperkte is, maar ook voor deze beslissingen geldt dat zij tenminste zodanig moeten worden gemotiveerd dat zij voldoende inzicht geven in de daaraan ten grondslag liggende gedachtegang, om de beslissing zowel voor partijen als voor derden - in geval van openstaan van hogere voorzieningen: de hogere rechter daaronder begrepen - controleerbaar en aanvaardbaar te maken (vgl. HR 20 oktober 2003, nr. R03/032, NJ 2004, 37). In het onderhavige geval heeft de rechtbank ten onrechte niet gemotiveerd waarom de gevorderde, op contractuele grondslag gebaseerde, vergoeding excessief belastend en niet redelijk zou zijn ten opzichte van de Staat, hetgeen temeer klemt nu sprake is van twee op commerciële basis met elkaar handelende partijen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d1b4b2ccec0109e47120ba778f95c98b317b1e03ad877b2bdb396f33b35f57bb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d1b4b2ccec0109e47120ba778f95c98b317b1e03ad877b2bdb396f33b35f57bb, en de alinea staat in dat document op bytes 19087 tot 20203.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d1b4b2ccec0109e47120ba778f95c98b317b1e03ad877b2bdb396f33b35f57bb | shasum -a 256