Citaat | Hoge Raad 9 november 2004

Alinea 34 Hoge Raad 9 november 2004

Een alinea uit Hoge Raad 9 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP8400.

3.8.3. Voorzover aan het middel de opvatting ten grondslag ligt dat bij een organisatie als bedoeld in art. 140 Sr vereist is dat komt vast te staan dat een verdachte om als deelnemer aan die organisatie te kunnen worden aangemerkt moet hebben samengewerkt met, althans bekend moet zijn geweest met alle andere (rechts-)personen die deel uitmaken van de organisatie, faalt het aangezien die opvatting geen steun vindt in het recht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d8d04319b0ee403ca20d84a7271664ab46303fd842b1af3561030ba6afabfa96. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d8d04319b0ee403ca20d84a7271664ab46303fd842b1af3561030ba6afabfa96, en de alinea staat in dat document op bytes 16323 tot 16767.