Citaat | Hoge Raad 7 december 2004

Alinea 30 Hoge Raad 7 december 2004

Een alinea uit Hoge Raad 7 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP8460.

4.1. De middelen, waarvan het eerste de beslissing van het Hof ten aanzien van feit 1 betreft en het tweede de beslissing ten aanzien van een gedeelte van feit 3, komen met rechts- en motiveringsklachten op tegen het oordeel van het Hof dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging ten aanzien van hetgeen aan de verdachte onder 1 en bedoeld onderdeel van feit 3 is tenlastegelegd. De middelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be21d287eac1f7725aa2bc29ff17edde45fde5f741ba1cac2b38cee051bd87b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be21d287eac1f7725aa2bc29ff17edde45fde5f741ba1cac2b38cee051bd87b5, en de alinea staat in dat document op bytes 10730 tot 11217.