Citaat | Hoge Raad 7 december 2004

Alinea 34 Hoge Raad 7 december 2004

Een alinea uit Hoge Raad 7 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP8460.

4.4. Immers, als 's Hofs overwegingen in eerstbedoelde zin moeten worden begrepen, valt zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet in te zien hoe, gelet op de opbouw van het rechtshulpverzoek, de - Duitse - tekst daarvan bij de Zwitserse autoriteiten redelijkerwijs de indruk kan hebben gewekt dat er ten aanzien van andere belanghebbenden bij de [A]-rekeningen dan [betrokkene 1] en [betrokkene 2] verdenking bestond van betrokkenheid bij het witwassen van gelden van criminele herkomst en dat in dat verband (mede) aan inkomsten uit handel in drugs door [betrokkene 1] moest worden gedacht, in aanmerking genomen dat alleen [betrokkene 2], bestuurder van [A], in verband wordt gebracht met gelden die mogelijkerwijs afkomstig zijn uit de handel in verdovende middelen. Uit de litigieuze passage in de Duitse tekst kan - anders dan het Hof heeft overwogen - niet zonder meer worden afgeleid dat andere belanghebbenden bij [A] ook betrokken waren bij het witwassen van crimineel verkregen (drugs)gelden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be21d287eac1f7725aa2bc29ff17edde45fde5f741ba1cac2b38cee051bd87b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be21d287eac1f7725aa2bc29ff17edde45fde5f741ba1cac2b38cee051bd87b5, en de alinea staat in dat document op bytes 12359 tot 13378.