Citaat | Hoge Raad 9 juli 2004

Alinea 38 Hoge Raad 9 juli 2004

Een alinea uit Hoge Raad 9 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP9596.

3.2.1. Het Hof heeft geoordeeld dat belanghebbende in 1994 en 1995 in Nederland de onderwerpelijke accijnsgoederen voorhanden heeft gehad, die niet overeenkomstig de Wet in de heffing zijn betrokken, zodat aldus sprake is van uitslag en belanghebbende heeft te gelden als belastingschuldige. Aan de conclusie dat derhalve de onderwerpelijke naheffingsaanslag krachtens de artikelen 51a, letter f, en artikel 52a, letter d, van de Wet terecht aan belanghebbende is opgelegd, staat volgens het Hof niet in de weg dat nadien ter zake van de uitslag naheffingsaanslagen aan de leverancier zijn opgelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5af462c5a42a2d198faee3256442a9f6765a8223aacc773881041d831da74b9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5af462c5a42a2d198faee3256442a9f6765a8223aacc773881041d831da74b9c, en de alinea staat in dat document op bytes 10271 tot 10884.