Citaat | Hoge Raad 9 juli 2004

Alinea 40 Hoge Raad 9 juli 2004

Een alinea uit Hoge Raad 9 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP9596.

3.3.2. Krachtens artikel 66a van de Wet wordt onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen vrijstelling van accijns verleend ter zake van de uitslag en de invoer van onder meer accijnsgoederen die gebruikt worden aan boord van schepen in het verkeer van Nederland naar een andere lidstaat. Ingevolge artikel 19a, lid 1, van het Besluit kan de vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats deze vrijstelling slechts toepassen, indien de eigenaar van het schip of diens vertegenwoordiger in het bezit is van een vergunning van de inspecteur, waaruit blijkt dat ten behoeve van het desbetreffende schip minerale oliën met vrijstelling mogen worden betrokken, en hij of zijn gemachtigde aan boord van het schip aan de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats een schriftelijke verklaring verstrekt, waarin hij vermeldt dat de aan hem te leveren accijnsgoederen worden gebruikt aan boord van het schip in het verkeer van Nederland naar een andere lidstaat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5af462c5a42a2d198faee3256442a9f6765a8223aacc773881041d831da74b9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5af462c5a42a2d198faee3256442a9f6765a8223aacc773881041d831da74b9c, en de alinea staat in dat document op bytes 11302 tot 12308.