Citaat | Hoge Raad 9 juli 2004

Alinea 41 Hoge Raad 9 juli 2004

Een alinea uit Hoge Raad 9 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP9596.

3.3.3. Degene die accijnsgoederen voorhanden krijgt die niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet in de heffing zijn betrokken, wordt de accijns daarvoor verschuldigd ingevolge het bepaalde in de artikelen 2f, tweede gedeelte, en 51a, aanhef en letter f, van de Wet. Aangezien artikel 2f, tweede gedeelte, blijkens de wetsgeschiedenis (Kamerstukken II 1992/93, 22 697, nr. 3, blz. 29) de voortzetting is van artikel 87, lid 1, van de Wet zoals die luidde tot 1 januari 1993, en niet blijkt dat de wetgever met die bepaling een beperktere of juist ruimere mogelijkheid tot heffing bij een afnemer als belanghebbende voor ogen stond dan voortvloeide uit vermeld artikel 87, lid 1, dient evenwel voor de toepassing van artikel 2f, tweede gedeelte, tevens vast te staan dat die afnemer op het moment waarop hij de goederen voorhanden krijgt, weet of redelijkerwijs kan weten dat de goederen niet in de heffing zijn of zullen worden betrokken (HR 13 juni 2003, nr. 36388, BNB 2003/316).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5af462c5a42a2d198faee3256442a9f6765a8223aacc773881041d831da74b9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5af462c5a42a2d198faee3256442a9f6765a8223aacc773881041d831da74b9c, en de alinea staat in dat document op bytes 12328 tot 13325.