Citaat | Hoge Raad 9 juli 2004
Alinea 44 Hoge Raad 9 juli 2004
Een alinea uit Hoge Raad 9 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP9596.
3.6. Middel III voert aan dat niet kan worden gezegd dat de onderhavige goederen niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet in de heffing zijn betrokken, nu de Inspecteur met betrekking tot die goederen gelijktijdig met het opleggen van een naheffingsaanslag aan belanghebbende ook een naheffingsaanslag heeft opgelegd aan de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats. Ook dit middel faalt, aangezien de Inspecteur laatstbedoelde naheffingsaanslag ongedaan heeft gemaakt. Daarmee werd hersteld de toepasselijkheid van artikel 2f van de Wet ten aanzien van belanghebbende, hetgeen door de Inspecteur viel te constateren toen hij besliste op het door belanghebbende gemaakte bezwaar, en derhalve tot handhaving van de aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag mocht leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5af462c5a42a2d198faee3256442a9f6765a8223aacc773881041d831da74b9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5af462c5a42a2d198faee3256442a9f6765a8223aacc773881041d831da74b9c, en de alinea staat in dat document op bytes 15514 tot 16310.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5af462c5a42a2d198faee3256442a9f6765a8223aacc773881041d831da74b9c | shasum -a 256