Citaat | Hoge Raad 9 juli 2004
Alinea 45 Hoge Raad 9 juli 2004
Een alinea uit Hoge Raad 9 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP9596.
3.7. Middel IV klaagt dat het Hof niet is ingegaan op het aanbod van belanghebbende te bewijzen dat de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats wist dat hij ten onrechte de vrijstelling ingevolge artikel 66a van de Wet toepaste. Het middel faalt reeds bij gebrek aan belang, nu het Hof blijkens hetgeen het heeft overwogen in onderdeel 6.6.2 van zijn uitspraak, aannemelijk heeft geacht dat de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats die wetenschap bezat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5af462c5a42a2d198faee3256442a9f6765a8223aacc773881041d831da74b9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5af462c5a42a2d198faee3256442a9f6765a8223aacc773881041d831da74b9c, en de alinea staat in dat document op bytes 16330 tot 16810.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5af462c5a42a2d198faee3256442a9f6765a8223aacc773881041d831da74b9c | shasum -a 256