Citaat | Hoge Raad 12 november 2004

Alinea 63 Hoge Raad 12 november 2004

Een alinea uit Hoge Raad 12 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP9636.

3.4.1 Het middel bevat drie hoofdklachten. De eerste twee komen tezamen genomen erop neer dat het hof ten onrechte is voorbijgegaan aan het aanbod van [eiseres] om haar stellingen (nader) te bewijzen door het horen van getuigen. Het hof heeft daarbij het prognoseverbod geschonden en heeft ook daarom in strijd met het recht gehandeld omdat, aldus het middel, "de door het Hof benoemde deskundige in feite de vraag die in het dictum aan de Rechtbank en later aan het Hof was voorgelegd zelf heeft beantwoord en er derhalve geen sprake was van een voldoende voorlichting van het Hof, maar van beantwoording van de rechtsvraag door de deskundige professor drs. R. Koole in plaats van door het Hof zelf". De toelichting op deze beide hoofdklachten bevat een aantal aanvullende klachten die met name betrekking hebben op het verloop van de procedure voor zover dit (de totstandkoming van) het in opdracht van het hof uitgebrachte deskundigenbericht betreft. De derde hoofdklacht mist zelfstandige betekenis.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc93c0d20317ecc26dfc1b53686c4f2104015021f61b0cc15ec596a172ae9bf5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc93c0d20317ecc26dfc1b53686c4f2104015021f61b0cc15ec596a172ae9bf5, en de alinea staat in dat document op bytes 17104 tot 18120.