Citaat | Hoge Raad 12 november 2004

Alinea 64 Hoge Raad 12 november 2004

Een alinea uit Hoge Raad 12 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP9636.

3.4.2 De eerste twee hoofdklachten nemen tot uitgangspunt dat door [eiseres] bij herhaling getuigenbewijs is aangeboden. Kennelijk en - gelet op de in de conclusie van de Advocaat-Generaal op bladzijde 14 aangehaalde bewoordingen waarin de aanbiedingen waarop de klachten doelen, zijn gesteld alsmede op het feit dat geen grieven waren gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat het door [eiseres] te leveren bewijs een deskundigenbericht vereiste - niet onbegrijpelijk heeft het hof echter geoordeeld dat het daarbij ging om bewijslevering door deskundigen. Het hof was vrij al dan niet een nader deskundigenbericht te bevelen. Zijn beslissing om daartoe niet over te gaan kan in cassatie niet worden getoetst. Genoemde hoofdklachten alsmede de daarop voortbouwende aanvullende klachten, voor zover deze al feitelijke grondslag hebben, stuiten hierop al aanstonds af. Een uitzondering geldt daarbij voor de hierna in 3.5 nog te behandelen klachten (in de toelichting op het middel naar voren gebracht onder 10 tot en met 14) die erop neerkomen dat [eiseres] ten onrechte de gelegenheid is onthouden de deskundige, die "zelf de juridische vraag heeft beantwoord, zoals deze in de door de Rechtbank geformuleerde bewijsopdracht is gesteld", te confronteren met de door haar in de hiervoor in 3.3 genoemde brief van 8 april 2002 gestelde vragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc93c0d20317ecc26dfc1b53686c4f2104015021f61b0cc15ec596a172ae9bf5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc93c0d20317ecc26dfc1b53686c4f2104015021f61b0cc15ec596a172ae9bf5, en de alinea staat in dat document op bytes 18140 tot 19500.