Citaat | Hoge Raad 12 november 2004

Alinea 65 Hoge Raad 12 november 2004

Een alinea uit Hoge Raad 12 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP9636.

3.5 Met betrekking tot de vraag of die gelegenheid aan [eiseres] diende te worden geboden, heeft het hof in rov. 10 van zijn eindarrest overwogen dat het zich door het deskundigenbericht voldoende ingelicht achtte, zodat er geen grond was de deskundige al dan niet ter comparitie te vragen om een nadere toelichting of aanvulling. In rov. 12 heeft het hof dit in enigszins andere bewoordingen (geen behoefte "om in het onderzoek door de deskundige wijziging aan te brengen of daaraan met extra vragen uitbreiding te geven") herhaald. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. In aanmerking genomen dat het hof daaraan voorafgaand in rov. 10 had geoordeeld - in cassatie onbestreden - dat al hetgeen [eiseres] tegen het eindrapport van de deskundige had ingebracht onvoldoende was om grond te bieden aan enige afwijking van de bevindingen van de deskundige, is dat oordeel evenmin onbegrijpelijk of ontoereikend gemotiveerd. Ook de hiervoor aan het slot van 3.4.2 bedoelde klachten treffen dus geen doel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc93c0d20317ecc26dfc1b53686c4f2104015021f61b0cc15ec596a172ae9bf5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc93c0d20317ecc26dfc1b53686c4f2104015021f61b0cc15ec596a172ae9bf5, en de alinea staat in dat document op bytes 19520 tot 20557.