Citaat | Hoge Raad 12 november 2004

Alinea 68 Hoge Raad 12 november 2004

Een alinea uit Hoge Raad 12 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP9636.

3.6.3 Ook de weigering van het hof om gelegenheid te bieden tot het horen van de deskundige kan niet leiden tot het oordeel dat [eiseres] onvoldoende in de procedure heeft kunnen participeren en belemmerd is in de uitoefening van haar rechten met betrekking tot het in opdracht van het hof uitgevoerde deskundigenonderzoek. [eiseres] heeft geen grieven gericht tegen de vraagstelling door de rechtbank aan de deskundigen. De door het hof benoemde deskundige - aan wie, nadat het hof had geoordeeld dat de door partijen voorgestelde nadere, meer gedetailleerde vragen onnodig waren, dezelfde vragen zijn voorgelegd met dien verstande dat zij zijn aangepast aan de erkenning in hoger beroep door [verweerder] inzake de (onjuiste) bevestiging van de rechter ophangdraad en aan het feit dat was komen vast te staan dat de linker ophangdraad op 1 oktober 1986 was verwijderd en de rechter op 10 oktober 1986 - heeft zijn concept-rapport aan partijen doen toekomen. [eiseres] heeft op dat rapport gereageerd door middel van haar brief van 8 april 2002. De inhoud van deze brief heeft ertoe geleid dat de deskundige - de stukken van het geding laten geen andere gevolgtrekking toe dan dat deze, anders dan de klachten lijken te suggereren, geen getuigen heeft gehoord en evenmin gebruik heeft gemaakt van stukken die eerst na het uitbrengen van het eindrapport voor partijen beschikbaar waren - zijn rapport op een aantal punten heeft aangepast. Op dit rapport hebben partijen in hun (antwoord) memorie na deskundigenbericht gereageerd voordat het hof in zijn eindarrest tot het oordeel kwam dat hetgeen [eiseres] tegen dat rapport had ingebracht geen grond bood voor enige afwijking van de bevindingen van de deskundige, dat het hof zich door diens bericht voldoende ingelicht achtte en dat er derhalve geen grond was hem te vragen om een nadere toelichting of aanvulling, al dan niet ter comparitie. Deze gang van zaken in aanmerking genomen, kan slechts worden geoordeeld dat [eiseres] voldoende in de gelegenheid is geweest om haar standpunt met betrekking tot en naar aanleiding van het deskundigenonderzoek en -rapport ter kennis van de deskundige onderscheidenlijk het hof te brengen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc93c0d20317ecc26dfc1b53686c4f2104015021f61b0cc15ec596a172ae9bf5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc93c0d20317ecc26dfc1b53686c4f2104015021f61b0cc15ec596a172ae9bf5, en de alinea staat in dat document op bytes 22231 tot 24428.