Citaat | Hoge Raad 9 juli 2004
Alinea 16 Hoge Raad 9 juli 2004
Een alinea uit Hoge Raad 9 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP9660.
Belanghebbende was in 1999 getrouwd met A. Bij zijn aangifte voor het jaar 1999 heeft A een bedrag van ƒ 18.200 in aftrek gebracht als buitengewone lasten. Volgens A betrof dit bedrag uitgaven voor het levensonderhoud van zijn ouders en drie, in Turkije bij zijn ouders inwonende kinderen, geboren in respectievelijk 1981, 1985 en 1988. A ontvangt geen kinderbijslag voor deze drie kinderen. Belanghebbende had in 1999 het hoogste persoonlijke inkomen, zodat ingevolge het bepaalde in artikel 5, lid 1, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna: de Wet) eventuele buitengewone lasten van A bij haar in aanmerking worden genomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df38d374df4bf39dca951edf95e6468da39fb8b3ba8f33bb3411f56dc15d7856. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df38d374df4bf39dca951edf95e6468da39fb8b3ba8f33bb3411f56dc15d7856, en de alinea staat in dat document op bytes 5885 tot 6534.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/df38d374df4bf39dca951edf95e6468da39fb8b3ba8f33bb3411f56dc15d7856 | shasum -a 256