Citaat | Hoge Raad 26 november 2004
Alinea 69 Hoge Raad 26 november 2004
Een alinea uit Hoge Raad 26 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP9665.
3.2.1 De over en weer ingestelde vorderingen, vermeld hiervoor onder 1, stelden, naar de kern genomen, twee hoofdvragen aan de orde, te weten (a) of [verweerder] c.s. rechtsgeldig de fietsverhuurovereenkomst hadden opgezegd en (b) of, aangenomen dat zulks het geval was, [eiser] rechtsgeldig de erfpachtovereenkomst had beëindigd op de grond dat het [verweerder] c.s., nadat de fietsverhuurovereenkomst tot een einde was gekomen, niet langer vrijstond vanuit het perceel fietsen te verhuren (aan derden, dat wil zeggen anders dan aan gasten van het recreatieterrein). De rechtbank heeft vraag (a) bevestigend beantwoord, vraag (b) ontkennend, en bijgevolg de vordering van [verweerder] c.s. toegewezen en die van [eiser] afgewezen. De overwegingen van de rechtbank met betrekking tot deze laatste vraag komen op het volgende neer (rov. 5.3). Uit de fietsverhuurovereenkomst blijkt niet dat deze [verweerder] c.s. de bevoegdheid verleende fietsen te verhuren. Ook uit de onder(ver)huur- en de erfpachtsovereenkomst blijkt die bevoegdheid niet. Uit art. 2 lid 1 van de erfpachtsakte, dat de bestemmingen van het perceel limitatief opsomt, kan zelfs het tegendeel worden opgemaakt. Partijen zijn het echter erover eens dat die bevoegdheid wel bestond gedurende de looptijd van de fietsverhuurovereenkomst. Kennelijk was vanaf het begin van de erfpachtsovereenkomst tot het einde van de fietsverhuurovereenkomst het verhuren van fietsen aan derden door [verweerder] c.s. ook in de visie van [eiser] niet in strijd met art. 2 lid 1 van de erfpachtsakte. Door het sluiten van de erfpachtsovereenkomst op een moment dat [eiser] ervan op de hoogte was - en daaraan ook zijn goedkeuring verleende - dat [verweerder] c.s. vanuit het perceel fietsen verhuurden aan derden, heeft [eiser] impliciet toestemming aan [verweerder] c.s. verleend om in zoverre aan het perceel een van art. 2 lid 1 van de erfpachtsakte afwijkende bestemming te geven en zou het, indien [eiser] die toestemming had willen beperken tot de duur van de fietsverhuurovereenkomst, op zijn weg hebben gelegen zulks uitdrukkelijk te bedingen, hetgeen gesteld noch gebleken is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae7569c946e71ba2aa0c54e9e6ce61f0e13d3b35346387082b6d56f1b9a6e161. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae7569c946e71ba2aa0c54e9e6ce61f0e13d3b35346387082b6d56f1b9a6e161, en de alinea staat in dat document op bytes 15475 tot 17622.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ae7569c946e71ba2aa0c54e9e6ce61f0e13d3b35346387082b6d56f1b9a6e161 | shasum -a 256