Citaat | Hoge Raad 26 november 2004

Alinea 73 Hoge Raad 26 november 2004

Een alinea uit Hoge Raad 26 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP9665.

3.3 De onderdelen 7-12 van het middel zijn gericht tegen rov. 27-28. Bij de beoordeling van de daarin verwoorde klachten wordt vooropgesteld dat een rechthebbende een derde last kan geven een vordering op eigen naam in te stellen en dat een dergelijke last in beginsel meebrengt dat de derde ook op eigen naam in rechte kan optreden (vgl. HR 21 oktober 1988, nr. 13358, NJ 1989, 83), in welk geval de lasthebber niet gehouden is in de dagvaarding of anderszins te vermelden dat hij ter behartiging van de belangen van een ander optreedt. Eerst indien het verweer van de wederpartij daartoe aanleiding geeft, zal de lasthebber dienen te stellen en zonodig te bewijzen dat hij uit hoofde van lastgeving bevoegd is op eigen naam ten behoeve van de rechthebbende op te treden. [eiser] heeft in dit geding zowel in eerste aanleg als in hoger beroep gesteld mede voor rekening en risico van de B.V. op te treden en heeft de door het hof aangehaalde, hiervoor weergegeven, akte van 1 mei 2001 overgelegd. In dit licht bezien geeft het in rov. 28 neergelegde oordeel van het hof dat [eiser] de daar bedoelde vordering niet kan instellen omdat deze hem niet meer toekwam en dat het bestaan van de procesvolmacht, kort gezegd, daaraan niet afdoet, blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Onderdeel 9, dat een klacht tegen dat oordeel inhoudt, is derhalve terecht voorgesteld; de overige klachten van de genoemde onderdelen behoeven geen behandeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae7569c946e71ba2aa0c54e9e6ce61f0e13d3b35346387082b6d56f1b9a6e161. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae7569c946e71ba2aa0c54e9e6ce61f0e13d3b35346387082b6d56f1b9a6e161, en de alinea staat in dat document op bytes 21382 tot 22834.