Citaat | Hoge Raad 12 november 2004

Alinea 39 Hoge Raad 12 november 2004

Een alinea uit Hoge Raad 12 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP9666.

3.2 Het tegen deze overwegingen gerichte middel voert aan dat het hof ten onrechte en/of zonder toereikende motivering heeft geoordeeld dat, ondanks [verweerder]' schriftelijke en voorbehoudloze aanvaarding van het aanbod van de curator, geen voor [verweerder] verbindende overeenkomst is totstandgekomen, zulks vanwege de niet (tijdige) vervulling van de 80%-voorwaarde. Het middel bevat in de eerste plaats de klacht dat het hof heeft miskend dat het hier (anders dan in het zojuist vermelde arrest) niet ging om een - op basis van wederzijdse overeenstemming - in een overeenkomst opgenomen voorwaarde, maar om een geheel spontaan en eenzijdig door de curator aan (de handhaving van) zijn eigen aanbod verbonden voorwaarde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a1aa6f81cf5b6f1dd5924f8e8e2e01d1f20dd3496a8ac8f82deca930f6249f7b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a1aa6f81cf5b6f1dd5924f8e8e2e01d1f20dd3496a8ac8f82deca930f6249f7b, en de alinea staat in dat document op bytes 10543 tot 11282.