Citaat | Hoge Raad 30 november 2004

Alinea 22 Hoge Raad 30 november 2004

Een alinea uit Hoge Raad 30 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AQ0950.

3.3. Uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen kan niet anders volgen dan dat de bewezenverklaring onder 2 en 3 telkens afzonderlijke, op verschillende tijdstippen verrichte gedragingen betreft. Zo zijn ook de bewezenverklaarde gedragingen van de verdachte waarbij sprake is geweest van lichamelijk contact tussen de verdachte en de desbetreffende minderjarigen op andere tijdstippen verricht dan de handelingen van de verdachte die daaraan- voorafgaand zijn bewezenverklaard terwijl laatstbedoelde handelingen ook buiten de context van de gedragingen waarbij lichamelijk contact heeft plaatsgevonden, zijn verricht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a99d921bfa6d4559eec1ad9a9a40a0a64c41c9ea4aaa49def0a2f9ca7a49f77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a99d921bfa6d4559eec1ad9a9a40a0a64c41c9ea4aaa49def0a2f9ca7a49f77, en de alinea staat in dat document op bytes 9132 tot 9765.